Het is tijd om uit de krochten van mijmeringen te kruipen en op de grond te staan, tegen de wind en onder de zon. Het is immers makkelijk peinzen in de toren van het eigen hoofd (dromerig en glibberig), maar de wereld van tekst is pas een toereikende en weerbarstige toets. Zonder onzin: ik ergerde me aan de vrijblijvendheid van mijn gedachtes en start nu deze zwart op wit te ijken.
Beschouw mij als een man van het laboratorium met grote ogen en kleine handen. Door mijn donkere wenkbrauwen, vlijtige tong en strakke kaaklijn lijk ik misschien gevaarlijk, maar mijn handen zijn zacht en teder (deze leiden mij slechts daar waar mijn hart mij brengen wil). Ze grijpen niet, porren soms en slaan geenszins. Ontegenzeggelijk, zorgt dit niet voor heroïsche zekerheid, maar wel voor een zekerheid die mij toelaat te werk te gaan als een saaie, stoffige en vooral immorele bankier. Hij handelt namelijk niet vanuit een hoger doel of een culturele waarde, die door het volk of door zichzelf wordt goedgekeurd, maar vanuit een allesvernietigende drang naar geld. De inhoud van een échte denker is niet wat hij op de waarheid plakt, zodat deze gebruikt kan worden, maar hoe hij de chaos tegemoet treedt. Op die manier is een denker wellicht het egoïstische en zinloost dat er is. Zeker, als je de kosten- en opbrengstgrafiek (geteld in geld, tijd en mensenverdriet) van deze aankomende blog ernaast gaat houden.
Het begint voor mij bij de ongewone uiting . En denken is wat ik hoop te doen.
- Ik ben op zoek naar de vorm die tegen zijn behuizing protesteert en daardoor niet geconsumeerd kan worden. Net op het moment dat het droogt, brokkelt het uiteen. -
No comments:
Post a Comment